Activiteiten Historische Vereniging 's-Gravendeel 2026
Activiteiten:
Iedere eerste zaterdag van de maand hadden wij een presentatie over een de historie van ons dorp.
Zaterdag 3 januari waren we nog gesloten, wegens de Kerstvakantie.
Zaterdag 7 februari de verdwenen dorpsbakkers
Zaterdag 7 maart van de Hak op de Tak (van alles wat)
Zaterdag 4 april zoals het leven ooit was, op het dorp 's-Gravendeel
Op 12 maart hielde we onze jaarlijkse ledenvergadering
Gedeeltelijk verslag van deze avond
Op onze ledenvergadering die gehouden werd op 12 maart 2026, werd een inleiding gehouden door Christiaan Quist en Arjan van der Hoek. Het onderwerp was: Zuidfront vesting Holland
De sprekers begonnen bij het rampjaar 1672, toen de zeven provinciën werden binnengevallen door Engeland, Frankrijk, Munster en Keulen, waarna gebieden tussen de vestingsteden werden geïnundeerd. Dat hield de Fransen buiten de vesting Holland.
In die tijd werd van de oude Hollandse waterlinie gebruik gemaakt. Later werd ook Utrecht bij de Vesting Holland getrokken.
Haringvliet en Hollandsch Diep waren natuurlijke buffers. Geschut was nog niet zo geavanceerd als tegenwoordig, zodat men nog niet tot over de wateren kon schieten.
In 1922 werd de vesting Holland opnieuw ingesteld met 4 fronten: noord, zuid, oost en west, want de vestingsteden waren hun functie verloren. Wij in de Hoeksche Waard hoorden bij het zuidfront. We bevonden ons achter brede rivieren, met maar één probleem: de bruggen bij Moerdijk.
In 1940 verrees een linie van groepsschuilplaatsen langs de zuidrand van de Hoeksche Waard, op diverse plaatsen in combinatie met loopgraven en geschutsopstellingen.
Het zuidfront van de vesting Holland was opgedeeld in 2 groepen: Groep Kil en groep Spui. Deze twee groepen waren weer onderverdeeld in vakken.
De defensie moest op orde gebracht en er kwamen stellingen: kazematten bij de Moerdijkbruggen, viskazematten, 2 bij begin bij Willemsdorp en 1 in de Mariapolder.
De viskazemat werd onderheid en kreeg wanden van 1½ meter dikte. Er was een schietgat waaruit je met een mitrailleur 2 km ver kon schieten. De mitrailleur werd gericht op de Moerdijkbrug, over het Hollandsch Diep. In de kazemat waren 8 militairen actief die niet in de kazemat, maar in boerderijen in de buurt sliepen.
De kazematten waren scherfvrij, maar niet bomvrij. Daarom werd er snel een programma gemaakt voor de bouw van groepsschuilplaatsen type P, die moesten komen van Muiderberg tot aan Goudswaard. Er werden er 830 gebouwd, waarvan 82 in de Hoeksche Waard. De kleine gebouwtjes, die wij bunkers noemen, zijn eigenlijk geen bunkers, want er kan niet vanuit geschoten worden en zijn alleen maar (groeps)schuilplaatsen. Ze zijn laag, van gewapend beton en werden met een schip aangevoerd en met paarden vervoerd. Soms kwam er een in de sloot terecht.
Twee zwaardere kazematten kwamen op fort Buitensluis.
In het voorjaar van 1940 werden de schuilplaatsen gecamoufleerd, zodat ze in het landschap niet opvielen.
In Schenkeldijk kwamen 3 geschutsbatterijen van de 25e Afdeling Artillerie: aan de Sassedijk, Boomdijk en Lagedijk. Aan de Melkweg kwam een munitiedepot.
De oorlog brak uit op 10 mei 1940. Door een Duitse list werd de Moerdijkbrug ingenomen door parachutisten die achter de linie werden gedropt.
Na de watersnoodramp verdwenen veel groepsschuilplaatsen, omdat die vaak vlakbij dijken stonden en obstakels vormden bij de dijkverzwaringsmaatregelen. Er werden schuilplaatsen gesloopt (met springstof en zwaar gereedschap) of ze verdwenen in het talud van de verzwaarde dijk. Dat ging door afzinking in de ondergrond. Dan groef men een grote kuil naast de schuilplaats en liet men het bouwwerk er door zijn gewicht in zakken.
In 1953 werd op de mitrailleurskazemat in de Mariapolder een luchtmachttoren gebouwd voor het korps Luchtwachtdienst. Hun taak werd het herkennen van vliegtuigen, vooral Russische. Zij hebben nooit een Russisch vliegtuig waargenomen.
De toren in de Mariapolder staat er nog, evenals nog enkele schuilhutten.


